Hendrick Avercamp is de oudste zoon van een apothekersgezin en is doof. In de zestiende eeuw betekent dat dat je niet meetelt in de maatschappij, want je kunt niets horen, je kunt niet praten, laat staan dat men je iets kan leren. Maar zijn moeder legt zich er niet bij neer en leert hem, met een zelf bedachte methode, schrijven en lezen. Het blijkt bovendien dat Hendrick tekentalent heeft. Als de IJssel tijdens een strenge
Thea Beckman beschrijft op haar geheel eigen wijze hoe Hendrick zich ondanks zijn handicap weet te ontwikkelen tot een bekend schilder, wiens winterlandschappen nu in musea over de hele wereld hangen.





