Voor de Romeinse geschiedschrijver Tacitus (56-119) is de kwaliteit van de publieke welsprekendheid onlosmakelijk verbonden met de aard van de politieke omstandigheden. De retorica, de juridische en politieke welsprekendheid, gedijt nu eenmaal ten tijde van maatschappelijke onrust, wanneer sociale, politieke of juridische misstanden aan de orde gesteld kunnen worden, zonder al te veel beperking van de vrijheid van meningsuiting.
In TEGEN HET VERVAL VAN DE RETORICA stelt Tacitus de vraag, hoe het komt dat zij…





