Bij toeval ontdekte Erik Brouwer dat zijn overgrootvader Emanuel Brouwer lid was van de Amsterdams-joodse turnvereniging Spartacus, en deel heeft genomen aan de Olympische Spelen van 1908. Uit het daaropvolgende speurwerk (dat Erik samen deed met zijn vader, de boekhandelaar Emile Brouwer) bleek dat niet alleen de sportieve maar ook de politieke en culturele betekenis van deze club in de eerste helft van de twintigste eeuw groot was.
Honderd jaar later reconstrueert Brouwer de levens van drie joodse Spartacu…





