‘Vraag niet waarom ik mij niet inscheep,
om naar de meimist boven Amsterdam te kijken,
op weg naar het vaderland…’
Drie regels aan het eind van Bachyt Kenzjejevs twaalfde en laatste zendbrief, geschreven in een volmaakt heldere, tijdloze stijl, ‘over alles’, door een lyrisch ik van ’toen, eind negentiende eeuw, en ‘nu,’ eind twintigste, in de tijd van perestrokja en glasnost. Deze 12 Zendbrieven vormen de kern van een dwarsdoorsnede van een even klassiek als modern Russisch dichterschap van een kosmopoliet d…





